boekhandel over het water logo

De inspirerende boekhandel in Amsterdam-Noord

Blog

13 mei 2022

Aflevering #4 van de podcast: Vormbeheersing

Hoera! Er is een nieuwe aflevering van de Over het water podcast. Aflevering vier alweer. Van shortbread koekjes, via literatuur en poëzie, tot de troostvogels van Peter Vos. Laat je meevoeren met Lot en Joost, luister hier.

 

11 mei 2022

Eervolle vermelding schrijfwedstrijd: ‘Kroniek van een aangekondigde dood’ van Marianne Janssen

In de Boekenweek hielden we bij Boekhandel Over het water een schrijfwedstrijd: schrijf over je eerste boekenliefde. Uit de vele inzendingen kozen juryleden Lot Douze en Jeanet van Omme het titelloze verhaal van Nynke van der Beek als winnaar uit. Dat kun je hier lezen. Het juryrapport vind je hier. De jury deed ook twee eervolle vermeldingen, namelijk van de inzendingen van Simon Govers en Marianne Janssen. Marianne Janssens verhaal lees je hieronder.

Kroniek van een aangekondigde dood

‘Op de dag dat ze hem zouden doden, stond Santiago Nasar om 5 uur 30 ‘s morgens op …’ Die openingszin blaast me bijna van mijn stoel. En de komma blijft haken.

Het is november 1989. Een herfststorm raast om het huis. En ik begin in dit kleine boekje van Gabriel García Márquez. Nadat ik van die eerste windstoot ben bekomen, twijfel ik of ik wel door wil lezen. Is het boek nog de moeite waard als meteen duidelijk is dat de hoofdpersoon wordt vermoord?

Tot dat moment was ik gewend aan boeken die spannend bleven tot de laatste bladzijde. Je las een verhaal omdat je wilde weten hoe ‘het’ afliep. Zo had ik de hele bibliotheek van mijn geboortedorp Lent uitgelezen. En net nu mijn leeshonger na een puberpauze weer een beetje terug begint te komen, tref ik zo’n boek. Met de afloop aan het begin. Dat had ik natuurlijk kunnen weten, met zo’n titel.

Mijn nieuwsgierigheid wint het en ik lees verder. Om vervolgens niet meer op te houden en het boek na iets meer dan honderd pagina’s ademloos neer te leggen. Letterlijk ademloos. Omdat ik tijdens het lezen tegen beter weten in telkens de neiging kreeg om Santiago te waarschuwen. De schrijver sleurde me het boek in, het dorp in, naar de haven, langs de winkel, het café en weer naar het plein. Met alle macht wilde ik de twee broers tegenhouden. Alsof ik de loop van het verhaal nog zou kunnen veranderen.

Dat is me nog nooit overkomen. Dat een boek dat met je kan doen. Dat een schrijver dat met je kan doen. Ik ben verbijsterd. En ik realiseer me dat vorm en stijl een verhaal kunnen optillen tot grote hoogte. Ik ben verliefd.

García Márquez verbindt mensen en namen aan elkaar als in een dominospel. Zijn details zijn zo precies dat je het dorp en de mensen filmisch voor je ziet. Het verhaal springt continu heen en weer in de tijd en meandert op een manier zoals ik me dat voorstel bij traditionele verhalenvertellers in de binnenlanden van Zuid-Amerika.

De spanning in het boek is gelaagd en universeel. Want vrijwel iedereen weet dat Santiago vermoord gaat worden, maar het lukt niemand om hem te waarschuwen. De meeste mensen denken dat een ander dat allang heeft gedaan. En de twee broers die het op hem hebben gemunt willen hem helemaal niet doden, maar voelen zich vanwege eerwraak gedwongen. Ze doen er alles aan om tegengehouden te worden. Ook dat lukt niet. Een ramp die voorkomen had kunnen worden en tegelijkertijd onvermijdelijk was. Hoe krijg je het voor elkaar!

Voor deze Boekenweek was Liefde in tijden van de cholera overigens een passender bliksem-boek geweest. Met een vergelijkbare, omgekeerde spanningsboog. Maar nu over de liefde in plaats van de dood. Dat las ik twee jaar later. En hoewel ik van ronde verhalen houd, is liegen over je eerste liefde not done. Zelfs niet voor de Boekenweek.

Marianne Janssen

09 mei 2022

Eervolle vermelding schrijfwedstrijd: ‘De Ui’ van Simon Govers

In de Boekenweek hielden we bij Boekhandel Over het water een schrijfwedstrijd: schrijf over je eerste boekenliefde. Uit de vele inzendingen kozen juryleden Lot Douze en Jeanet van Omme het titelloze verhaal van Nynke van der Beek als winnaar uit. Dat kun je hier lezen. Het juryrapport vind je hier. De jury deed ook twee eervolle vermeldingen, namelijk van de inzendingen van Simon Govers en Marianne Janssen. Simon Govers’ verhaal lees je hieronder.

De UI

Gedoucht en tandengepoetst, pyjama aan en klaar om naar bed te gaan. Op handen en voeten ren ik naar zolder, als een kleine leeuw. Mama loopt me achteraan om nog een kus te geven. ‘Welterusten lieverd’, zegt ze terwijl ze de deur dicht doet.

Rustig wacht ik af. Haar voetstappen gaan de trap af, het licht gaat uit, het is donker. Al snel zien mijn ogen weer de contouren van legosteentjes. Ik besluit tot 30 te tellen. Een, twee, drie, vier… Bij 20 vind ik dat het zo ook wel goed is. Terwijl mijn hart razendsnel tekeergaat sluip ik zo stil mogelijk uit bed.

De deur piept, de vloer kraakt en mijn hart bonst. Met een paar flinke passen ben ik bij de kamer van mijn grote broer. Terwijl ik met rechts de deur openduw trekt mijn linkerhand snel de pyjamatrui voor mijn neus. De kindershampoo verbloemt de vieze geur van opgebrande sigaretten. Gelijk rechts is hij dan: de boekenkast.

Tussen de filosofische en historische werken weet ik precies waar ik kijken moet. Linksonder, eerste plank. Daar ligt de boekenserie van Narnia waar ik aan begonnen was. Als ik deze open sla dan weet ik eindelijk wat er gebeurt met de heks die naar onze wereld is gebracht. Ik pak het ezelsoortje, hier keek ik de hele dag naar uit…

Voor me zie ik hoe de heks woest zwaait met een lantaarnpaal. Met de magische ringen krijgen haar in een nieuwe wereld. Wat nu? Mijn ogen vliegen over de bladzijden. Langzaam snap ik de film die we in de bioscoop hebben gezien beter. De oorsprong van het land, de kwade heks, de vreemde professor, zelfs de onmogelijke kleerkast! Alles komt samen, ik kijk verwonderd voor me uit. Dan wrijf ik het slaapzand uit mijn ogen en, lees ik door.

Die nacht droom ik over de gevechten van de heks. De schooldag erop filosofeer ik over alle andere werelden die er mogelijk bestaan. De juf begrijpt me niet dus ik houd het voor mezelf. Ook door de opvolgende weken maak ik zondagsschool, schreeuwende broers of de tafels van 7 maar half mee. Met een trouw paard rijd ik over de velden, met een schip bevaar ik de woeste zee, of ik vlieg, op de rug van Aslan zelf.

Het is een paar weken later en het lichtknopje gaat weer uit. Ik tel tot tien en ren zoals elke avond naar de andere kamer om het laatste deel uit te lezen.

‘Ik begrijp het… in iedere wereld wéér een wereld, in iedere Narnia wéér een Narnia…’ ‘Ja,’ zei Meneer Tumnus, ‘Net als bij een ui: alleen is, als je verder naar binnen gaat, iedere ring juist groter dan de vorige.’

Dan strompelt mijn broer opeens dronken zijn kamer binnen. ‘Hey, wat doe jij hier? Moet je niet slapen?!’ Hij neemt een hijs en ziet dan het boek. Nog in shock kijk ik hem verstijfd aan. Dan verschijnt er een subtiele lach op zijn gezicht: ‘Ben je al zó ver?’

Simon Govers