boekhandel over het water logo

De inspirerende boekhandel in Amsterdam-Noord

Blog

18 december 2017

Jólabókaflód

Of het waar is weet ik niet eens. Ergens online liep ik het tegen het lijf en misschien is het wel een internetmythe. Maar als het niet bestaat, is het mooi genoeg om meteen uit te vinden.

Het gaat om de IJslandse traditie Jólabókaflód.* In IJsland verschijnen de nieuwe boeken in aanloop naar Kerst. Uit een dikke catalogus met verse letters kiezen mensen boeken voor elkaar, die ze elkaar op Kerstavond geven. Daarna trekt iedereen zich met warme choclademelk terug om in zijn boek te lezen.

Het lijkt mij de ideale manier om de Kerst te beginnen.

Ik stel me er boeken bij voor die fijn zijn om te lezen in een huisje met een haardvuur. Buiten sneeuwt het en binnen zitten wij op de bank met warme chocolademelk en een mooi leesboek.

Zonder huisje, sneeuw en haardvuur kan het in ieder geval dit zijn:
Na de stress van de Kerstboodschappen en werkafronding voor de Kerstdagen even tot jezelf komen vóór de beuk van de familiefeesten eraan komt. Dat genot ook aan je geliefden gunnen door ze te verrassen met een met zorg gekozen boek. En omgekeerd: dat jij mooie boeken krijgt. Mooie boeken, waarin je op reis kan tijdens kerstvakantiedagen van rust en bezinnig. Met warme chocolademelk. Warme chocolademelk is altijd goed.

Daarom, om deze nieuwe traditie handen en voeten te geven, geven we deze Kerst niet alleen tips voor luxe kadoboeken, maar ook voor de fijnste leesboeken voor Jólabókaflód.

*Eigenlijk met een IJslandse Eth, een soort d met een streepje door de steel, maar die krijg ik niet uit mijn toetsenbord getoverd. De uitspraak lijkt op de Engelse ‘th’.

13 december 2017

Stabilitas loci

de acht bergen paolo cognetti

Stabilitas loci stabilitas loci stabilitas loci stabilitas loci. Dat schiet de hele tijd door mijn hoofd. Ik was het al haast vergeten, ik las er vorig voorjaar over in het boek van Wil Derkse.

Stabilitas is één van de drie pijlers van de Benedictijnse kloostergelofte. In Een levensregel voor beginners: Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijks leven legt Wil Derkse deze gelofte uit als bestendigheid. Bestendigheid om commitment te kweken en te houden. Bij stabilitas hoort stabilitas loci: je bestendig tonen tegenover een plek. Die standvastigheid heb je nodig om in de kloostergemeenschap opgenomen te worden en van waarde te blijven. Meer algemeen kun je zeggen dat standvastigheid nodig is om een plek te leren kennen en echt iets op te bouwen. Dan pas kan je je echt een eigen positie verwerven en vertrouwen winnen van de omgeving.

Stabilitas loci werd me in herinnering geroepen door De acht bergen van Paolo Cognetti.

Stabilitas loci stabilitas loci stabilitas loci… (fijne cadans, toch?)

De acht bergen is het boek met de onvergetelijk mooie kaft. Bruno, de beste vriend van de verteller, is degene die stabilitas loci oproept in mijn hoofd. De verteller, zijn beste vriend Pietro bewondert hem om zijn standvastigheid.

Het oerboek over mannenvriendschap, waarbij een van de twee vrienden stabilitas loci verpersoonlijkt, is Narziss und Goldmund van Herman Hesse. De wijze, beschouwende monnik Narziss verblijft zijn hele leven in hetzelfde klooster. Zijn beste vriend én tegenpool, de flierefluitende landloper-kunstenaar Goldmund, vertrekt steeds opnieuw. Uiteindelijk sterft Goldmund berooid, bewaakt door zijn vriend, nog altijd op dezelfde plek. Hesse idealiseert het leven van Goldmund, al laat hij ook de risico’s en diepe dalen zien. Desondanks is voor hem stabilitas loci haast het tegenovergestelde van een interessant, vervullend leven.

Dat is Paolo Cognetti’s De acht bergen anders. In zijn roman vertelt hij het verhaal van boerenzoon Bruno en stadse jongen Pietro die een onverwoestbare vriendschap opbouwen. Hun gedeelde liefde is de bergen. In dit verhaal is degene die het benijdenswaardige leven leidt Bruno. Hij kiest steeds opnieuw voor het harde, maar ook rustieke en intense leven op de berg: als bouwvakker, als kaasmaker, als mens. De bewondering voor Bruno’s leven is voelbaar. Pietro onderneemt soms stappen in de richting van een vergelijkbaar leven, maar vertrekt toch steeds. Een stabiel leven op één plek lijkt nastrevenswaardig, maar ook onbereikbaar, te rigide misschien. Bij Bruno slaat de bestendigheid om in halsstarrigheid, die net zo tot een einde leidt als Goldmunds reislustigheid.

Ook zonder associaties met kloosters is De acht bergen een heel fijn boek. De landschapsbeschrijvingen zijn mooi en efficiënt. Cognetti schetst een beeld op je netvlies, maar nergens vult hij het teveel in. Dat laat hij aan de capabele fantasie van de lezer over. Zo laat Cognetti ook het doorgronden van de vriendschap en de tegenovergestelde keuzes over aan onze interpretatie. Een verstild, warm boek, waardoor koele, verfrissende geur van zuivere berglucht waait.

23 november 2017

Een schrijvend leven

wie ben je? Aafke Steenhuis

Afgelopen vrijdag interviewde ik Aafke Steenhuis over haar nieuwe boek Wie ben je? Helaas vergeet ik bij dit soort gelegenheden altijd foto’s te laten maken. Geen beeld, dus, en ook geen verslag van het interview. Wel mijn overpeinzingen naar aanleiding van het boek.

Passages uit Wie ben je?, dagboekfragmenten en zelfportretten van Aafke Steenhuis, blijven in mijn hoofd rondzingen. Zoals deze: ‘Waarom ben ik al zo jong begonnen een dagboek te schrijven, en heb dat vrijwel ononderbroken tot nu toe gedaan? Al die jaren heb ik mezelf opgesplitst, in iemand die leeft en iemand die dat leven beschrijft en betekenis probeert te geven. Ik voel me vrijwel nooit alleen, omdat ik voor twee leef. Ik ben twee.’ Steenhuis schrijft dit in 2001. Even denk je: misschien houdt ze wel op met schrijven, om zichzelf weer één te maken. Maar dat doet ze niet. Ze schrijft tot op heden verder.

Wie ben je? maakte Steenhuis, omdat ze zeventig was geworden en terugkeek. De tijd was gekomen om al die jaren van schrijven en tekenen te overzien. Ze maakte een keuze, overlegde die met haar partner en schoof, maar bewerkte nauwelijks. In 90 bladzijden krijgt de lezer een vogelvluchtperspectief op een vol leven. Veel ambitie om alles uit het leven te halen dat erin zit, veel reizen, vrienden en bevlogenheid. Veel dagelijks leven, ook.

Het eerder geciteerde fragment zingt rond in mijn hoofd omdat ik het me probeer voor te stellen in mezelf. Dat je je twee voelt. Ik voel me beslist niet één geheel, ik zie meerdere kanten aan mezelf, heel veel kanten zelfs. Aan dagboekschrijven doe ik niet echt. Ik schrijf over mijn leven, maar zeker niet dagelijks en niet in een enkelvoudige vorm.

Dat schrijven verdeelt me echter niet. Het splitst me niet op. Als ik er in die termen over nadenk, denk ik eerder dat het me voller maakt, heler, meer één. Ik vind er een vorm in om mijn gedachten, mijn handelen en mijn emotie bij elkaar te brengen.
Een auteur, naam en precieze verwoording heb ik niet bij de hand, schreef eens dat hij pas wist wat hij dacht wanneer hij het had opgeschreven. Het is een interessant citaat, omdat ik me steeds afvraag of ik me erin kan vinden. Is het proces van denken en schrijven niet juist met elkaar verbonden? Ik beschouw het best wanneer ik zinnen probeer te formuleren, alinea’s aan het bouwen ben.

In de dagboekfragmenten van Steenhuis zie je alle vormen van zijn terug. Ze beleeft van de natuur, verwondert zich over de liefde voor haar kinderen, worstelt met werkverplichtingen en denkt na over de wereld. Zo ontstaat er een breed beeld van Aafke Steenhuis, een beeld dat smaakt naar meer. Ik hoop dat er ooit meer verschijnt uit haar dagboek. Ik ben benieuwd wat het zou opleveren wanneer iemand anders de keuze uit de dagboeken zou maken.