boekhandel over het water logo

De inspirerende boekhandel in Amsterdam-Noord

Blog

17 mei 2019

Het voelt haast als vakantie: boeken bespreken in het Tuinhuis

Nachtouders Saskia de Coster

De tuin wordt langzaam donkerder. De avond wordt koeler. De deuren schuiven dicht. Binnen lijkt het lichter te worden door het contrast met de duisternis van buiten. Aan tafel een nog niet zo grote groep, wel zeer bevlogen lezers die met mij, Lot, en schrijver Rutger Lemm Asymmetrie van Lisa Halliday bespraken.

Het was een groot plezier, de eerste ‘inloopleesclub’ in het Tuinhuis van de Tolhuistuin. We spraken uitgebreid over het boek, de drie delen die toch moeilijk met elkaar in verband te brengen zijn, de wisselende charme van de delen, en vooral de ingewikkelde verhouding tussen Mary-Alice en Ezra Blazer.

Het kost sommigen van ons (Lot bijvoorbeeld) moeite te begrijpen waarom Mary-Alice op de oude schrijver valt. Maar al snel zegt iemand: ‘Maar als je bedenkt dat ’t Philip Roth is…’ En iemand anders zegt: ‘Oh, dat wist ik helemaal niet.’ Dan blijkt de relatie met deze oude man eigenlijk pas begrijpelijk als je kennis van buiten het boek meeneemt in je lezing.

Rutger en ik vermoeden allebei dat Halliday hiermee speelt. Rutger ziet misschien meer berekening en ik meer een spel met de geoefende lezer: beste lezer, wat doet het met je als je weet wie deze man is?

Maar we spraken ook over de rode draad tussen alle leesclubs dit jaar: had een man dit boek kunnen schrijven? Waaruit blijkt hier de vrouwelijke stem? Hadden we ons de verhouding omgekeerd kunnen voorstellen? Kan Mary-Alice zich inleven in een moslimman?
Dat gebeurt in het tweede deel wanneer Iraaks-Amerikaans staatsburger Amar Ala Jaafari komt vast te zitten op London Heathrow. Tussen de ondervraging en het wachten door zien we zijn leven in flash backs. Creative writing, zo voelt het, Amerikaanse literatuurderig. Behalve de stukjes over het vastzitten op het vliegveld zelf. En wat blijkt? Halliday put ook daarvoor uit haar persoonlijk leven.

Is het boek de hype waard, vroegen we ons aan het eind af. Uiteindelijk vond iedereen toch van niet. De asymmetriën liggen er te dik bovenop om het tot een echt interessante zoektocht te maken en het tweede deel is te weinig uitgewerkt om te overtuigen.

We dronken nog een biertje, er werden nog wat boeken gekocht en toen wandelden we door de stille tuin terug naar huis.

Het voelt haast als vakantie, zo’n boekenavond in het Tuinhuis. Gelukkig gaat Boekhandel Over het water nog 3 keer op vakantie in het Tuinhuis dit jaar. Je kan mee!

Op 18 juni bespreken we Nachtouders van Saskia de Coster. Nachtouders is een autobiografische roman over Saskia en Juli, die naar Canada afreizen om de biologische vader van hun 1-jarige zoontje te bezoeken. Ze komen terecht op een haast sprookjesachtig eiland, waar onderhuids van alles broeit.  Gedurende de reis overpeinst Saskia het moederschap, de relatie, familie… Ze schuwt daarbij het literaire experiment niet.

Wat gebeurt er als zo’n goeie auteur als De Coster zo’n autobiografisch onderwerp aanpakt? Op welke manier overstijgt het boek het stigma van ‘moederboek’? Wat doet een literair experiment met een op het eerste gezicht individueel verhaal?

Genoeg onderwerpen om te bespreken! Tickets zijn verkrijgbaar op de site van de Tolhuistuin.

09 mei 2019

‘Elke keer als je jezelf op je bek hebt geholpen, heb je leren opkrabbelen.’

Meisjes in blessuretijd Carolina Trujillo

Mijn gedachten gaan meteen weer naar Yuri. Dan wil ik hem zeggen dat ik hoop dat hij zich ondanks de opgezochte tegenslagen staande houdt. Elke keer als je jezelf op je bek hebt geholpen, heb je leren opkrabbelen, elke keer als je dacht dat je iets van levensbelang door je vingers liet glippen, werd je beter in loslaten.’

Deze zinnen zijn van Carolina Trujillo. Ze komen uit haar NRC-column over Epke Zonderland en Yuri van Gelder. Ik lees haar column graag vanwege die brutale, rake zinnen, wijs en eigenwijs tegelijk.

Carolina Trujillo woont om de hoek bij de winkel. Zo nu en dan steekt ze haar neus om de deur. Zo ook vorige week. Ze had een restant van haar laatste boek, konden we daar misschien iets me in de winkel? Wel eerst even lezen, natuurlijk, vond ze en stak me een exemplaar van Meisjes in blessuretijd toe.

Meisjes in blessuretijd is een bundeling van haar verhalen uit Hard Gras, voetbaltijdschrift voor lezers. Daar heeft ze ook een column in, waarvan ik er eentje met veel plezier voorlas tijdens de wandeling Schrijfsters in Noord. Ik verheugde me dus op het lezen.

Dat was terecht. Trujillo schrijft bruut, grappig en erudiet over haar Uruguyaanse moeder en voetbal en alles wat daartussen past, van coke snuiven tot een taalkundige zoektocht. Elke zin is een feestje en de bokkesprongen in haar vertelstructuur zetten je steeds op het verkeerde been.

Meisjes in blessuretijd ligt daarom in dikke stapels en tegen een gereduceerde prijs bij ons in de winkel. Tijdelijk 10 euro om jezelf te trakteren op Zuid-Amerikaanse rauwe flair deze voorjaarsvakantie.

20 april 2019

‘Dat is het verschil tussen mij en Houellebecq’

Geen eierdopjes, wel oordopjes

De meest gestelde vraag vantevoren was: ‘hoe heb je dat voor elkaar gekregen, Buwalda in je winkel?’ Het antwoord is even saai als voor de hand liggend: Ik heb het gewoon gevraagd. Peter Buwalda zei meteen ‘ja’. Dat was vorige zomer al, toen zijn boek voor het eerst werd voorgesteld aan de verzamelde boekhandelaren in het mooie pand van zijn uitgeverij, De Bezige Bij.

Ruim driewart jaar later en ruim een maand na het verschijnen van Otmars Zonen was het zover. Vorige week zaterdag kwam Peter Buwalda naar de winkel, in de week ervoor had ik in vliegende vaart zijn boek gelezen. Dat kan ook bij Otmars zonen, het leest als de Shinkansen onder de boeken. Je slaat het boek open, leest de eerste zinnen en vertrokken ben je. Niet in de richting van Tokio, maar Sakhalin, het nabijgelegen Siberischeschiereiland. Daar staat Ludwig te wachten op iemand met wie hij een taxi zal delen en de lezer heeft een virtual reality-bril op gekregen en staat naast Ludwig te wachten. Echt. Zo beeldend en afgewogen in beschrijving schrijft Buwalda dat je het gevoel hebt dat je om je heen kunt kijken in zijn landschap. Hij beschrijft niet, hij schépt.

Ik vroeg daarom of hij de omgeving voor zich ziet als hij schrijft. Of hij het navertelt of juist aankleedt. Aankleden, is zijn antwoord. Dat is het ambacht van de schrijver: dat je een beeld opbouwt tot je precies genoeg verteld hebt aan de lezer. En doet hij dan ook dingen voor, vraag ik. Probeert hij dingen uit? Zoals je als lezer soms een beschreven gezichtsuitdrukking overneemt. Ja, dat doet hij. Hij heeft uitgeprobeerd hoe je voorzichtig een oordopje uit andermans oor trekt, zijn vriendin kan dat beamen. Hij doet het nog eens voor.

Een van de plekken die hij zo neerzet dat je er zelf in kan rondlopen is het huis van Otmar, de stiefvader van hoofdpersoon Ludwig. Een oud huis met krakende vloeren en vol muziekinstrumenten. Otmar is mijn favoriete personage. Buwalda heeft zijn karakter gelaagd neergezet: hij is voor Ludwig de goede vader die hij vooPeter Buwalda bij Over het waterr zijn eigen kinderen niet kan zijn en tegelijkertijd worstelt Otmar daarmee. Otmar ligt ook Buwalda na aan het hart, precies vanwege zijn complexe, menselijke trekken. ‘Otmar is het verschil tussen Houellebecq en mij,’ zegt hij. Dat klopt precies qua wereldbeeld, maar Buwalda schrijft beter, eerijk is eerlijk.

Ook al kun je een spanningsboog zien in Otmars zonen, en heeft Buwalda het boek zo geschreven dat het ‘af’ is in zijn eentje, toch sprak ik al lezers die met smart wachten op het volgende deel. Buwalda verwacht dat het over twee tot twee-en-een-half jaar klaar is. Even wachten dus nog!

Het publiek lieten we niet langer wachten. Buwalda ging signeren, ik kwam even bij van de zenuwen. Wat een geslaagde middag was het!